Tussen
Gulp en Geul – een wandeling vanuit
Hombourg
Het waren
29 mensen en 1 hondje, die op 3 juni de INV-wandeling hebben gemaakt.
Eén hond, een kleine. En die ene hond, dat
was ik. Ik: de enige die op alle vier z’n poten loopt en die
een echte staart heeft. Vijftien kilometers waren het, tussen Gulp
en Geul, in de contreien van Hombourg, de Schaesberg, Dörp,
Hoppisch en de Meuleberg.
Dat zijn 15 000 meters en elke meter is
- althans wat mij betreft - 10 stapjes van elk van mijn korte pootjes
(per stuk zijn ze niet langer dan - zeg - vijftien centimeter). Vier
van zo’n pootjes, 10 stapjes per meter voor elk van hen, maal
vijftienduizend meter: brrr. Daar bij op te tellen negenentwintig
mensen, maal twee benen per mens, maal één-en-een-kwart
stap per meter per been per mens: zo ging het op die tamelijk warme
zondag door een landschap dat 10 000 jaar geleden door de Maas is
achtergelaten, gekreukeld als een ongestreken broek en met in de
zakken allerlei resten van zink en lood en ijzer.
De heilige Rochus
- die met de afgelikte zweren die zonder een spier van zijn gezich
te vertrekken stiekem ons zag komen bij zijn eeuwenoud kapelletje
- die heilige Rochus zal er zo het zijne van gedacht hebben: 29 mensen
en 1 hondje, het zal je maar gebeuren.
Helemaal bar werd het toen
een stel van die onnozelaars - mensen zijn onnozel, hondjes hebben
daar geen last van - met hun gepoetste schoenen aan en in het
goeie wandelgoed gestoken door de klot gingen baggeren. Wat
zeg ik: de
klot? Nee, stront was het, koeienstront, flats!
En dan die verrekte
natuur: nergens een behoorlijke picknickplaats, nauwelijks
voor vrouwen een gelegenheid om te ontplassen. Zouden mensen
zo’n tocht écht
leuk vinden? Ik heb meer dan zeshonderdduizend stapjes moeten zetten,
zíj, met z’n negenentwintigen, nog geen elfduizend.
Ze zeggen dat het leuk was.