IVN-district
Limburg

     
    Contact-info

                                
Afdeling Kerkrade

Home 
Kroniek
Organisatie
Activiteiten 
Verslagen
Lid worden
Links

 

 

 

 

 

Excursieverslag Vulkaaneifel Zondag 17 juni 2007.

Op zondag 17 juni 2007 vertrok een bus met 28 leden van IVN Kerkrade onder leiding van Olaf Op den Kamp naar de Vulkaaneifel.
Na een mooie rit van ruim 2 uur kwamen we aan op de bestemming, de omgeving van Daun. Onderweg zagen we al een familie van vier Rode wouwen (Milvus milvus).

Eerst werd het Gemünder Maar bezocht.
De hellingen van dit Maar zijn begroeid met fraaie beukenbossen waarin de deelnemers allerlei fraaie plantensoorten ontdekten. Het waren met name soorten van het heuvelland en middelgebergte, zoals Witte veldbies (Luzula luzuloides), Gebogen driehoeksvaren (Gymnocarpium dryopteris), Springzaadveldkers (Cardamine impatiens) en Alpenbes (Ribes alpina). Langs de weg groeiden tientallen Prachtklokjes (Campanula persicifolia) met grote blauwe bloemen en eveneens vele exemplaren van het Groot vingerhoedskruid (Digitalis grandiflora). Deze plant heeft gele bloemen met binnen in de kroon bruine stippen. Op de bosbodem werden zelfs enkele Vogelnestorchissen (Neottia nidus-avis) gezien. Deze saprofytisch levende orchidee heeft geen bladgroen en is dus beige van kleur.
Daarna volgde een fikse klim naar de Maüseberg door een prachtig hoog beukenbos met in de ondergroei veel jonge opkomende beuken.

Bovenop de Maüseberg werd aan de voet van de Dronketurm op een gezellige grote bank gegeten waar bijna de hele groep op paste.

Ook werd de Dronketurm beklommen om van het uitzicht te genieten.
Vervolgens ging het verder over de Maüseberg in de richting van het Weinfelder Maar.
De miniscule plantjes op de zure ondergrond van de Maüseberg trokken de aandacht. Zo groeide er onder meer Breukkruid (Herniaria sp.), Rode schijnspurrie (Spergularia rubra) en Overblijvende hardbloem (Scleranthus perennis). Deze waren allemaal maar heel klein, maar met name de Rode schijnspurrie met zijn kleine lichtroze bloempjes viel toch goed op. Ook zat hier een aantal mooie dagvlinders zoals de Keizersmantel (Argynnis paphia), het Groot geaderd witje (Aporia crataegi) en de Kleine vuurvlinder (Lycaena phleas).

Vanaf het uitzichtpunt was het Weinfelder Maar met het kleine witte kerkje goed te zien.
Tijdens de afdaling werden lekkere bosaardbeien geplukt en werd onder meer Smal fakkelgras (Koeleria macrantha) en Muizenoortje (Hieracium pilosella) gezien.

Bij het verlaten van de kerk luiden alle deelnemers eenmaal de klok, een heel gebimbam dus.

Daarna verder langs de waterkant van het meertje en vervolgens bergop naar het Schalkenmehrer Maar. Tijdens de afdaling werden tientallen vlinders gezien, onder meer enkele Keizersmantels (Argynnis paphia), vele Klein geaderd witjes (Pieris napi) en Bruine zandoogjes (Maniola jurtina). Er werd ook een drinkplek gezien waar een handvol Klein geaderd witjes (Pieris napi) en enkele Dikkopjes mineralen opzogen uit de vochtige grond. De kersenbomen langs de weg werden meer dan gewaardeerd, iedereen plukte een handjevol ouderwetse spekkersen. Langs het pad groeide Walstrobremraap (Orobanche caryophyllacea).
Rond 14.30 uur haalde de bus ons weer op in het dorpje Schalkenmehren en werd koers gezet naar Manderscheid. Dit was een rit van ongeveer 20 minuten. Onderweg kon het fraaie panorama op de burchten van Manderscheid worden bewonderd.
Bovenop de Mosenberg zette de bus ons af. Vlakbij de parkeerplaats lag het Hinkelsmaar, een verland kratermeer met een zeggenvegetatie waarin ook enkele plukken Veenpluis (Eriophorum angustifolium) groeiden. Deze staken als wattenbollen boven de groene vlakte uit.

Toen volgde een korte wandeling naar de Windsborner Krater. Terwijl anderen een boterham aten liep een kleine groep om het prachtige meertje heen. Hier zagen ze een schitterende vegetatie met Waterdrieblad (Menyanthes trifoliatum) en Wateraardbei (Potentilla palustris). De lange uitlopers van het Waterdrieblad laten het meer langzaam maar zeker verlanden. De vruchten van Wateraardbei lijken wel wat op een aardbei, vandaar de naam. Ook kon men vanaf de oever een blik werpen op het kruis bovenop de top van de lavaslakkenwal.

Van bovenop was het uitzicht op het meer ook overweldigend evenals de drie meter hoge lavawand die velen gebruikten om verkoeling te zoeken in de schaduw ervan. Er groeiden enkele bijzondere varensoorten, waaronder de Steenbreekvaren (Asplenium trichomanes) en de Blaasvaren (Cystopteris fragilis).
Even verderop roken de excursiegangers aan de takken van de Douglassparren (Pseudotsuga menziesii) die heerlijk naar citroen geurden. Tussen de takken werd ook een kunstig vervlochten mosnest van een Winterkoning (Trochlodytes trochlodytes) gezien.
Na een korte afdaling ging het verder door een sprookjesachtig beukenbos waar eveneens een fraaie lavawand te zien was. Deze was begroeid met allerlei soorten varens en korstmossen.

Bovenop de top van de Mosenberg stond een uitkijktoren die natuurlijk moest worden beklommen. Aan de voet ervan stond Gestreepte klaver (Trifolium striatum) en het Jacobskruiskruid (Senecio jacobaea). Aan de rand van een akker groeide Blauw walstro (Sherardia arvensis). Nu volgde de afdaling langs een oude boomgaard en vervolgens langs een vochtige weide. Hier werd een uitsluipende nachtvlinder gezien. Tussen de Moerasspirea (Filipendula ulmaria) en Adderwortel (Polygonum bistorta) vlogen enkele Purperstreepparelmoervlinders (Brenthis ino) rond. In een droge weide werden ook enkele Dambordjes (Melanargia galathea) gezien.

Nu door een sparrenbos met daarin enkele majesteuze mierenhopen en een heel gekrioel van bosmieren op het pad naar de Wolfsschlucht. In de Wolfsschlucht groeide in een koele, vochtige omgeving een prachtig ravijnbos met Gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus), Ruwe iep (Ulmus glabra) en Stijve naaldvaren (Polystichum aculeatum). Er werd tevens een jonge Ringslang (Natrix natrix) ontdekt. Het pad was niet gemakkelijk op deze plek zodat velen pas de schoonheid van het gebied zagen toen ze even stil stonden. Daarna verder langs enkele fraaie basaltzuilen. In de Kleine Kyll werd een Waterspreeuw (Cinclus cinclus) gezien die zich heel mooi en heel lang liet bekijken.

De wandeling werd voortgezet langs een mooie puinhelling met mosbegroeide rotsen waar het zonlicht sprookjesachtig door de bomen scheen. We liepen verder stroomopwaarts langs het riviertje en ontdekten enkele bijzondere dagvlinders, de Keizersmantel (Argynnis paphia) en de Kleine ijsvogelvlinder (Limentis camilla) om precies te zijn. Deze laatste liet zich mooi bekijken toen hij zat te zonnen op een braamblad.

Na een klein half uurtje lopen werd de Heidsmühle bereikt. Hier namen de vermoeide wandelaars plaats op het terras om even bij te komen onder het genot van koffie, fris, bier en ijs.
Rond 18.30 uur werd de terugreis aanvaard. Deze leidde langs de Laacher See en het vulkaangebied rondom Mayen. Rond 21.15 uur kwam de bus weer aan in Kerkrade na een prachtige dag vol onvergetelijke indrukken.

 

 

 

 

IVN Limburg                                                                                           colofon

View My Stats