Bossen, stuwmeren, graslanden en vergezichten
in Nationaal Park Eifel.
Op zondag 7 oktober bezocht
IVN Kerkrade onder leiding van Olaf Op den Kamp het Nationaal Park
Eifel.
De opkomst was overweldigend.
Er waren 32 aanmeldingen, maar door de vele reclame in de krant stonden
er ’s morgens 61 wandelaars bij het NS-station te trappelen
van ongeduld om op stap te gaan.
Met een 17-tal volle auto ’s
werd koers gezet naar Rurberg. Daarna werden enkele auto ’s
in Einruhr neergezet, het eindpunt van de wandeling en de chauffeurs
werden met drie auto ’s weer teruggebracht naar Rurberg, het
startpunt van de wandeling. De overige wandelaars hadden al een kort
bezoek gebracht aan het informatiecentrum van het Nationaal Park
Eifel.

Na een korte
inleiding over het Nationaal Park werd begonnen aan de wandeling.
Eerst over de stuwdam tussen de Obersee en de Rursee,
waar men heerlijk in de zon lopend, uitzicht had op de immense
watermassa’s.

Daarna begon
een steile klim over een smal zig-zag paadje naar de Kermeter. 
Dit pad liep door een fraai wintereikenbos dat het resultaat
was van het hakhoutbeheer dat men hier ten behoeve van de leerlooierij
had toegepast. Iets verderop ging het eikenbos over in een bos
met veel Haagbeuken (Carpinus betulinus) en Zoete kersen
(Prunus avium).
Daarna opnieuw stijgen, zodat het geroezemoes achterin langzaam
verstomde en iedereen zijn adem gebruikte om de klim te overwinnen.
Bovenaan
werd uitleg gegeven over een bijzondere plant, de Duitse hondstong
(Cynoglossum germanicum), die in onze omgeving alleen in het
Nationaal Park Eifel voorkomt en, zoals bleek uit de vele rozetten
aan weerszijden
van het pad, massaal!.
Ook stonden er andere bijzondere planten waaronder
Amandelwolfsmelk (Euphorbia amydaloides) en Melige toorts (Verbascum
lychnitis). Verderop waren de Fijnsparren (Picea abies) behoorlijk
ziek. De schors viel er helemaal vanaf. Dit was het werk van
de schorskevers die de bast van de boom ondermijnen en de boom
langzaam doen afsterven.
Aan de voet van de dode en zieke bomen groeiden veel Gewone honingzwammen
(Armillaria mellea). Het afsterven is niet erg, omdat de Fijnspar
van nature niet thuishoort in onze omgeving en dus niet in dit
Nationaal Park. De dode bomen kunnen natuurlijk wel weer gebruikt
worden door
spechten.
Iets verderop lag een mooi oud Beukenbos, de natuurlijke vegetatie
in dit gebied. Helaas was dit maar een klein perceel. Langs nog
meer dode Fijnsparren en door afwisselende bossen werd een klein
uitzichtpunt
bereikt waar je van heel hoog uitzicht had op de stuwdam van
de Urft, onze volgende bestemming. Ook hier groeiden weer veel
Wintereiken
(Quercus petraea).
 Daarna begon
de afdaling. Langs de rand van het
pad lagen enkele opvallende, ronde plateau ‘s. Dit waren meilerplekken
waar in het verleden beukenhout werd gebrand om houtskool te maken
die gebruikt werd in de ijzerindustrie in onder meer Pleushütte
bij Einruhr. Hierdoor waren de meeste oorspronkelijke Beukenbossen
verdwenen.

Na korte tijd bereikten de wandelaars de stuwdam van de
Urft. Daar werd een pauze van een uur ingelast. Om te genieten
van het prachtige uitzicht op de herfstkleuren rondom het stuwmeer
van
de Urft en de Obersee, om een boterham te eten, om de Muurhagedissen
(Podarcis muralis) die genoten van de laatste mooie dagen te
observeren of om gewoon even te genieten van het zonnetje.
Daarna werd
de draad weer opgepakt en begon men aan de steile klim naar het
voormalige
Camp Vogelsang. Eerst door bossen met allerlei paddenstoelen,
daarna over een grasvlakte met uitgebreide Bremstruwelen.

Hier had je
mooi uitzicht op de Ordensburg Vogelsang en de omliggende bossen
en het stuwmeer.
Voor ons doemde de kerktoren van Wollseifen op.
Rondom het dorp droegen de Meidoorns (Crataegus
sp.) volop bessen
en stonden
de voormalige heggen in herfsttooi.
Bij de kerk werd even gepauzeerd
en de bijzondere onkruidflora met Brave hendrik
(Chenopodium bonus-henricus) bewonderd

Langs de ietwat
rare oefenblokgebouwen
in het voormalige
dorp werd koers gezet naar de immense grasvlakte
van Dreiborn. Hier werd het zelfs ietwat warm
voor een
herfstdag in oktober.
In de plassen
op de weg groeiden bijzondere plantjes zoals
Slijkgroen (Limosella aquatica) en Waterpostelein (Peplis
portula). Onder een Bremstruik
werd een Grote bremraap (Orobanche rapum-genistae)
ontdekt. Daarna weer het bos in en werd er
afgedaald richting
Einruhr. Daar werd
nog een bezoek gebracht aan een terras bij
een fraai vakwerkcafé om
de wandeling af te sluiten. De totale lengte
bedroeg circa 16 kilometer. Voor meer achtergrondinformatie
verwijs ik
u naar
de websitewww.eifelnatur.de .
Olaf Op den Kamp.
|