Verslag busexcursie Siebengebirge.
Op de stralende ochtend van zondag 1 juni 2008 stond rond 7.30 uur
al een flinke groep wandelaars te wachten op de bus die met hun een
dagtocht naar het Siebengebirge bij Bonn zou maken. Rond 7.55 uur
arriveerden Jan, onze buschauffeur, met zijn vrouw Els, die verantwoordelijk
was voor de koffie. We hadden wederom een fraaie 30 persoonsbus van
de firma Nancy Tours.

Nadat ook de laatste deelnemers waren binnengedruppeld werd om
8.10 uur koers gezet naar Duitsland. Via Düren bereikte
de bus al snel Keulen, waar door het heldere zicht de Dom
goed zichtbaar was.
Daarna verder naar Bonn, waar we de Rijn overstaken. Toen was
het Siebengebirge ook goed zichtbaar.

De bus zette ons af bij de parkeerplaats langs de Oberkasselerstraße
nabij Oberholtdorf. Vanaf hier maakten we een drie kilometer
lange wandeling naar de Rabenlay. Deze voerde ons eerst door
een bos dat
nog geurde van de overvloedige regenval van gisteren. Van
de bijzondere voorjaarsflora in het bos was niet meer veel te
zien,
maar wel van
het historische hakhoutgebruik. Er waren nog enkele hakhoutstobben
die recent waren afgezet en verderop veel prachtige oude
beukenstobben die waren doorgeschoten. Het hout hiervan was gebruikt
als paalhout
voor de wijnbouw.

Op zonnige plekken in het bos dartelden Bonte zandoogjes rond.
Langs de route maakten we gebruik van de uitzichtpunten
om het prachtige
uitzicht op het Rijndal, Bonn en de Eifel te bewonderen.
Met name de sterrenwacht van Bonn, de posttoren en de Godesburg
trokken
de aandacht. Bij een van de uitzichtpunten bloeide het
Prachtklokje.

Iets verderop begonnen we aan de afdaling. Hier zagen we
wederom enkele bijzondere planten zoals het Blauw parelzaad,
de Witte
engbloem en het Boswalstro. Ook de Bosroos bloeide
prachtig. Nu stonden
we halverwege de basalthelling van de Rabenlay en konden
de enorme basaltkristallen
goed bekijken. Ook ontdekten we de kast waarin de Slechtvalken
hun nest konden maken. Helaas lieten zich alleen enkele
Buizerden zien.

We daalden nog verder af over het steile pad en kwamen
bij een ander uitzichtpunt. Ook hier zagen we de
rotswand weer
mooi liggen.
Daarna
gingen we kijken bij de vindplaats van de Oberkasseler
Mensch, een voorouder van ons, uit de tijd van
de Cro-Magnon beschaving.
De skeletten
waren nu in het Landesmuseum in Bonn ondergebracht,
maar er stond wel een informatiebord.

Op de parkeerplaats stond de bus al keurig op
ons te wachten en volgens schema stapten
we rond 11.30
uur
in de bus.
Via allerlei vakwerkdorpjes
bereikten we Königswinter en reden langs de Petersberg naar
de Margarethenhöhe. Zodoende passeerden we uitgestrekte bossen.
Bovenaan werd eerst het informatiecentrum bezocht en een korte pauze
ingelast. Daarna begonnen we aan de acht kilometer lange tocht langs
de Löwenburg naar de Drachenfels. We
liepen eerst door een mooi afwisselend bos
waar we Springzaadveldkers
en Bosveldkers
zagen.
Daarna kwamen we bij een uitzichtpunt waar
we de Drachenfels
al konden zien liggen. In de verte was ook
de Keulse Dom te zien.
En natuurlijk
ook de diep ingesneden Rijn met de omliggende
hellingen.

Even verderop passeerden we een prachtige helling
van een wintereikenbos met een prachtige
flora die bestond
uit
Echte guldenroede,
Grasklokje, Bochtige smele, Valse salie
en Struikheide. Ook groeide hier een
bijzondere paddenstoel, het Weerhuisje.
Dit was een soort aardster met een stervormige
voet en
bovenop
een stuifbal.
Kort daarna
passeerden we een prachtige puinhelling
waar basaltblokken naar onder gerold
waren.

We verlieten het bos en kwamen bij de
Löwenburger Hof. Hier
lag een fraaie hoogstamboomgaard en had je mooi uitzicht. Van hieruit
werd de Löwenburg beklommen.
Dit was een pittige klim, maar het
uitzicht
bovenop
was alleszins
de
moeite waard.
Vanaf hier
keek je uit over de verre omgeving
met de vele bergen van het Siebengebirge
en de uitgestrekte bossen. Op de
muren
van het oude kasteel werden ook mooie
slakken,
de Steenbikkers,
en diverse
bijzondere varens,
zoals de Steenbreekvaren, de Muurvaren
en de Blaasvaren,
gezien.

Terug bij de Löwenburgerhof ging de wandeling verder bergaf
door het Rhöndorfer Tal. Dit droogdal lag schitterend temidden
van beukenbossen en er groeiden verschillende bijzondere varens en
mossen. Ook stond er veel Hangende zegge. Na een lekkere wandeling
in het beschaduwde dal werd de klim richting Drachenfels ingezet.
Na enige tijd bereikten we een wijngaard, vanwaar je het dorpje Rhöndorf
kon overzien. Toen ging het steil bergop door een mooi Wintereikenbos
en bij een schuilhut halverwege werd even gepauzeerd. Daarna ging
het via een smal zigzagpad verder bergop. Vlakbij de top was een
mooi uitzichtpunt met een bijzondere warmteminnende flora met onder
meer Welriekende salomonszegel, Hemelsleutel en Schapengras. Terugkijkend
richting Löwenburg werd ons duidelijk welke afstand we toch
al hadden afgelegd. Bovenaan werd van een welverdiend ijsje genoten
en enkelen beklommen ook nog de ruïne
van de Drachenfels helemaal bovenop.
Hier zag je
het Rijndal
onderaan. Midden
in de Rijn het
eilandje Nonnenwerth met een
klooster erop.

Na een wat langere pauze werd
de afdaling ingezet. Deze
voerde ons
langs het
kasteel Drachenburg
en langs het
spoor van
het tandradbaantje. Beneden
in Königswinter
zochten we een terrasje op
en genoten van een lekker ijs of
glas
bier aan de oever van
de Rijn. Om 18.00
uur stapten we weer in de
bus om nog fijn na te praten op de
terugweg
over
deze bijzondere
dag.
|