“
Weet waar je woont en weet wie je bent”. Dat was het motto
van de dagwandeling, die aan-gekondigd was als: “een wandeltocht
van ca. 17 km over lage en hoge oevers van de Worm met onderweg iets
over natuur, historie en cultuur, en over Darwin die precies 200
jaar geleden geboren is en die 150 jaar geleden zijn beroemde boek
uitgaf over oorsprong en evolutie van de soorten”.
Aantal wandelaars: 19.
Blauwe lucht, milde temperatuur.
Een zeventigtal kraanvogels op weg naar broedgebieden tot in
het hoge noorden.
Start- en eindpunt: Oude Kerkje in het centrum van Eygelshoven.
Dat kerkje - tegen de rond 1000 gebouwde weertoren aangeplakt -
is in
1513 door de prinsbisschop van Luik ingewijd. Want in die tijd
hoorde Eygelshoven tot het “Ländchen zur Heyden” en Haus
Heyden - wat verderop aan de Anstel - was bezit geweest van de hertog
van Limbourg.
Strijthager- en Anstelbeek komen er bij elkaar om samen naar de
Worm af te vloeien. Beneden ligt de laethof (1764), waar de “laten” geregistreerd
werden en de half-lijfeigene boeren hun tienden kwamen afdragen en
hun pachten betalen.
Tot zo’n 80 000 jaar geleden heeft de Maas hier gestroomd.
En diep onder de grond is er - miljoenen jaren eerder - de bodemplaat
gebroken geraakt. Voor ontginning van de kolen-lagen in de westelijke
schol was in 1899 in Brussel de Société des Charbonnages
Réunies Laura en Vereeniging opgericht en om aan de andere
kant van de scheur (Feldbiss) de weggezakte kolenlagen te kunnen
exploiteren, werd in 1926 de mijn Julia gesticht.
Halte 1: Anna Nöhlenbrug. Zo gaat de vernieuwde brug over de
Worm heten (had eind 2008 gereed moeten zijn; de Klangbrücke,
die enkele kilometers verderop het Willy Dohmenpark zal verbinden
met het kasteel Zweibrüggen, is bijna klaar, maar ook van de
Schildpadden-brug die in het kader van het Groenmetropoolproject
bij Rimburg zal komen is nog niets te bespeuren).
Duidelijk is dat ook dikkere bomen niet tegen bevervraat bestand
zijn.
Tot het einde van de Tweede Wereldoorlog lag op de overkant
het dorp Nivelstein = “naast de steen”. Die “steen” kan
een grenssteen geweest zijn (zoals het nabije Merk-stein), maar in
de Annalen van Rolduc is ook sprake van een caminata = “een
huis van steen” of “huis met een (stenen) schoorsteen” (duits:
Kamin). Oktober 1944 is het grote huis van de familie Russell - dán
de heren van Nivelstein - verwoest. Een muur en vijvers zijn
het enige wat rest van het oude landgoed, waar sinds 1852 de
spoorweg
doorheen liep. Ook de overige huizen zijn weg, de molen bij
de brug is weg, de flessenfabriek bestaat niet meer, een in
de kalk-steen
uitgehouwen ruimte uit de Romeinse tijd is ontoegankelijk gemaakt
en de delving van zilverzand wordt sinds lang als veel belangrijker
beschouwd dan de exploitatie van de eronder liggende rug van
kalksteen.
De wandelaars blijken het Wormdal tussen brug en hagenrode (Haanrade)
goed te kennen, maar het gebied dat achter Baalsbruggen doorloopt,
is veelal onbekend terrein.
Halte 2: Naturpark Merkstein, de oude Sand- und Steingrube
Paul Dunkel. Waar komt die rug van zandsteen vandaan? en: hoe
komt
onze streek
aan die op elkaar liggende lagen van kiezel, zilverzand en
löss
aan de voet van een oud gebergte (Ardennen en Vogezen zijn zo’n
350 miljoen jaren oud; de Alpen “nog maar” 65. Ter oriëntatie:
Abraham leefde 1800 jaar v.Chr)?
Drie meters koord illustreren de oerknal van 13,7 miljard (dertienduizendenzevenhonderd
keer miljoen!) jaar geleden. Ons zonnestelsel en de planeet
Aarde zijn zo’n 4,5 miljard jaar oud en pas op de laatste decimeters
van het koord verschijnt er “leven”: 850 miljoen jaar
geleden ontstaan de eerste samenwerkingsverbanden van eencelligen,
540 miljoen jaar geleden de eerste gewervelde dieren. Een drietal
keren lijkt het leven bijna van de aarde verdwenen te zijn, maar
het komt weer terug in andere vormen. Uit het tijdperk Carboon (320
miljoen jaar geleden) stamt onze steenkool en heel veel later, in
het Tertiair (65 miljoen jaar geleden), moeten onze bruinkool en
ook de rug van “Nivelsteiner Sandstein” ontstaan
zijn.
Halte 3: Schützenplatz Hofstadt. Omdat in Cambridge
zijn professor van de theologie-opleiding verstek liet
gaan, mocht
de niet zo succesvolle
student Charles Darwin - geboren 12 februari 1809 - in
diens plaats in 1831 als gentleman-naturalist inschepen
op de Beagle,
het zeilschip
van kapitein Fitzroy. Darwin was meer een snuffel- en verzamelaar
dan een aankomend wetenschapper. De reis - de enige zeereis
die Charles ooit gemaakt heeft, want hij werd onderweg
steeds zeeziek - zou twee
jaar duren, maar het werden er vijf. Doel was: de kusten
van Zuid-Amerika en de eilanden in kaart brengen en verkennen.
Charles heeft onderweg planten en beestjes bekeken, getekend
en verzameld en kistenvol fossielen mee naar huis gebracht.
Het boek
On the Origin
of Species by means of natural Selection verscheen
in 1859. Het beweert dat uiteindelijk alle levende wezens
aan
elkaar
verwant
zijn en dat
uit “de strijd om het bestaan” en “het overleven
van de sterkste” de tegenwoordige soorten zijn voortgekomen.
Die bewering was aanvankelijk voor de Charles’ echtgenote,
de vrome Emma Wedgewood (dochter van de kopjes- en schoteltjesfabrikant),
moeilijk te verteren en zo is het gebleven voor vrome Liberals als
de familie Bush in America en de EO-aanhang van Andries Knevel bij
ons (de Creationisten). Daarom hebben alle Nederlandse woonadressen
in de afgelopen week de folder Evolutie of Schepping - wat geloof
jij? in de bus gekregen. God heeft toch immers de soorten gemaakt
en wel in zes dagen tijds of in zes tijdperken. Zo staat het in de
bijbel. Toch? Nee dus. Want in de scheppingsverhalen van de bijbel
lopen allerlei tradities door elkaar heen: tradities uit een oeroude
nomadencultuur (800 v.Chr?; bijvoorbeeld de afkeer van homosexualiteit
en bestialiteit), maar ook - zo’n 400 jaar later - de poging
van geleerden om in den vreemde (Perzië) de eigen feestdagen
en daarmee het eigen volkskarakter te behouden. Wijze verhalen zijn
het, waaraan eeuwen van menselijke ervaring en denken zijn voorafgegaan.
Joden en christenen spreken zelfs van Openbaring. Onnodig laat is
Andries Knevel er achter gekomen. “Wir sehen die Dinge durch
den Menschenkopf an und können diesen Kopf nicht abscheiden”,
had Nietsche geschreven, maar dat er misschien toch
iets van over de rand naar ons doorsijpelt, is een
heel andere
zaak …
Pas aan het einde van de lange kassa-rol (slechts 2,5
miljoen jaar geleden) lijkt de hersen-groei in
de richting van
iets menselijks te gaan, maar zo’n anderhalf miljoen jaar geleden is er nog
geen taal en nog geen scherp verstand. Wel komt het invoelend vermogen
tot ont-wikkeling en 500 000 jaar geleden is het denken en doen van
de mensen van nú al goed te onderkennen. De eerste groepen
van volledig moderne mensen verschijnen zo’n
350 000 jaar later.
In de hal van het Kerkraads gemeentehuis worden vondsten
tentoongesteld, die afkomstig zijn van Neanderthalers.
In onze streek moeten
60 000 jaar geleden (6 cm voor het einde van onze
kassa-rol) al groepen
van die mensensoort hebben rondgezworven, maar 40
000 jaar geleden (de laatste centimeters) zijn de
Neanderthalers
uitgestorven
en zwerven
in Europa, groepen rond van een uit Oost-Afrika afkomstige
nieuwe
mensensoort.
De moderne mens leert met soortgenoten te communiceren,
weet planten te kweken en leert dieren - hond,
varken, geit, ezel,
paard - te
temmen (11 000 v.Chr), gaat vaste woonplaatsen
bouwen voor wie niet bij de voedselverwerving betrokken
zijn (7 000
v.Chr: Ur
aan de Eufraat
en Jericho op de route van Perzie naar de Nijldelta).
Rond 1500 v.Chr. (anderhalve centimeter voor het
einde) wordt
het principe
van het
alfabethisch schrift uitgevonden en rond 700 (lang
ná Abraham!)
ontstaat - ongeveer tegelijk in Perzië en langs de oostkant
van de Middellandse Zee - het monotheïsme.
Via het Rimburgerwald met de boven alles uitpuntende
mammoetboom (sequoia gigantea), komen we aan:
Halte 4: Weet dat wie leert om te haten, geen vrede
zal brengen: op een tiental houten zuilen staat het
geschreven
bij het
kasteel van Rimburg. Hier heeft, eind-september/begin-oktober
1944, de
Old Hickory-divisie de Duitste Westwall doorbroken;
meer dan 1800 soldaten
zijn er gesneuveld.
Wie goed kijkt kan ’s zomers aan de kleur
van de begroeiing zien waar ooit de Romeinse
weg gelopen
heeft,
die van Keulen
naar Maastricht en Boulogne en verder naar
Engeland voerde. In de kelders
van het kasteel zijn resten van bewoning in
de Romeise tijd gevonden. Later heeft van hieruit
de beruchte
roofridder Willem
van Mulrepas
(1252-1323) huis-gehouden in de streek.
Wie in de nieuwe Groenmetropool nog enkele
kilometers verder wandelt, komt bij het Romeinse
badhuis
in het Naherholungsgebiet
van Marienberg,
bij het kasteel van Zweibrüggen en in
het Willy Dohmenpark terecht.
Via het Rimburger bos en het plateau van Waubach
met het prachtige uitzicht (welke kerk-toren
hoort bij welk
dorp?
welk dal is van
welke rivier?) komen we terug bij het vertrekpunt
in Eygelshoven. Weten
we nu waar we wonen en wie we zijn? Antwoord:
nee, nog lang niet!