|
Een wandeling in de heuvels bij Vaals
Op zaterdag
18 maart 2006 ongeveer 09.30 uur heeft zich bij de kerk van Lemiers
een groep enthousiaste wandelaars verzameld. De wandeling
van vandaag laat ons de geschiedenis van dit gebied zien en voert
ons langs sporen uit de Bronstijd, Romeinse tijd, de industriële
revolutie en de 19e eeuw.
Na het welkomstwoord vertrekken we richting Oud-Lemiers.

Aangekomen bij de Catharinakapel is het niet moeilijk voor te stellen
hoe het in vroegere tijden hier is geweest. De kapel dateert waarschijnlijk
uit de 11e eeuw en is een van de oudste zaalkerkjes van Nederland.
De exacte geschiedenis van dit zaalkerkje is echter nooit vastgelegd
maar men denkt, omdat het langs de oude Trichter weg naar Aken ligt,
dat het tevens de jachtkapel is geweest van Karel de Grote.
Voor het zaalkerkje staat een oude grenssteen van de Reichsstadt
Aachen, hij heeft ooit ietsje verderop gestaan bij de samenvloeiing
van de Claasvelderbeek, de Zieversbeek en de Selzerbeek. Wanneer
je deze laatste oversteekt sta je in Duits grondgebied.
 Ondanks de hoge ligging van deze omgeving is het een vrij nat terrein.
Op enkele vierkante kilometers ontspringen wel 28 bronnen die zich
vervolgens tot beken vormen. Langs de Zieversbeek, die we tijdens
de wandeling blijven kruisen, liggen tenminste 4 oude watermolens
die allen in de 18e eeuw werden gebruikt voor de textielindustrie.
We vervolgen onze weg over het traject van de voormalige trambaan
die in 1920 is aangelegd als verbinding tussen Aken, Vaals en Wijlre.
Nu hebben we hier een mooi uitzicht op de omgeving en staan we even
stil bij de plek waar ooit een Romeinse villa heeft gestaan.

Hij
ligt naast de voormalige toegangsweg naar de Romeinse stad “Aquae
Granni” (Aken). De villa’s van toen waren grote herenboerderijen
en bestonden uit stallen, schuren en een hoofdgebouw met natuurlijk
een badhuis. We steken de verkeersweg Maastricht-Vaals over en zien in de verte
de kerk van Holset, ons volgende doel.
We passeren het vakwerkhuisje “Aggene Banket” tot de
17e eeuw de schepenbank (het bestuurlijke centrum) van de gemeenschap
Holset.

Verderop verlaten we de asfaltweg en struinen we door de velden omhoog
richting kerk.
Onderaan
de kerk bevindt zich de oude dorpspoel waar tegenwoordig een populatie
vroedmeesterpadden in huist.

De
Nederlandse naam “vroedmeesterpad” verwijst
naar de bijzondere manier van broeden; het mannetje draagt
de eisnoeren aan zijn achterpoten
met zich mee op het land. Als de eitjes op het punt staan om
uit te komen gaat hij naar het water. De speciale vorm van broedzorg
verkleint het risico dat er iets met de eieren gebeurt. Hij komt
in Nederland alleen in Limburg voor en is een zeldzame Rode lijst
soort en wordt streng beschermt. Deze
pad is een nachtdier en de Limburgse naam “Klukske” is
een treffende omschrijving voor het fluitconcert die de mannetjes
in de baltsperiode uitvoeren.

Jammer genoeg hebben we geen tijd voor een pauze in een
van de gezellige wandelaarscafe’s,

we vervolgen de wandeling richting Kasteel Vaalsbroek. Inmiddels is het zonnetje doorgekomen en kunnen we genieten van
een vleugje lente, inclusief de mestlucht van de akkers om ons heen.
Langs de route staat overal Hazelaar in bloei. De gele langvormige
katjes, de manlijke bloem, is duidelijk te zien maar wat ik zelf
prachtig vind zijn de minuscule kleine felrode sterretjes die aan
de knoppen van de takken zitten, de vrouwelijke bloem (dat beide
aan een en dezelfde struik zitten noemt men eenhuizig).
 Achter
Vaalsbroek slaan we de weg in naar het dorp Raren met zijn mooie
vakwerkhuizen.
Hier voert een steile klim ons naar de rand
van het Malens bos. Halverwege staan wij even stil bij het reliëf
van de graften in het ons omringende landschap. De graften zijn van
oudsher o.a. ontstaan zijn door het bewerken van de schuine hellingen.
Door het perceelsgewijze ploegen op de helling treedt er een proces
van erosie en afzetting op. Aan de onderste rand wordt door afzetting
van materiaal een rand opgebouwd (die wel enkele meters hoog kan
worden).
Er zijn graften in deze omgeving die stammen uit de middeleeuwen
en sommige dateren zelfs uit de Romeinse tijd. Een graft is dus naast
een belangrijk leefgebied voor planten en dieren ook een cultuurhistorisch
erfgoed.
Boven, aangekomen bij de rand van het bos hebben wij een weids uitzicht
over de omgeving.

Een mooie plek om je voor te stellen hoe hier het (heuvel)landschap
is ontstaan. Dit is nl. niet het werk van de gletscher.
Limburg ligt aan de rand van de Midden-Europese hoogvlakte. In
deze rand hebben rivieren die van de hoogvlakte omlaag kwamen gedurende
miljoenen jaren diepe geulen uitgeslepen waarbij het losgewoelde
materiaal werd weggespoeld, omlaag, richting zee. Tussen de dalen
bleven nog resten van de oude hoogvlakte staan, nu bekend als plateaus. Hier staan we bij het plateau van Vijlen.
We vervolgen de wandeling verder het bos in. Verscholen tussen de
bomen en struiken liggen hier minstens 7 grafheuvels uit de late
bronstijd (circa 800 jr. v. Chr.).

We
passeren een heuvel die het “kindergraf” wordt genoemd,
er werden resten van verkoolde kinderbeenderen in ontdekt.
De mens is al zeker zo’n 250.000 jaar aanwezig in deze streken.
Voor het eerst tussen de ijstijden in, tijdens de warmere perioden.
In de omgeving van Mechelen zijn hiervan sporen gevonden, haardplaatsen
en vuurstenen werktuigen. Men denkt dat ze huisden in eenvoudige
hutten en onder overhangende rotswanden. In de periode van de laatste
ijstijd gebruikten ze tenten. Langzaamaan begon toen een klimaatsverandering
en er kwamen groepen jagers. Op de hooggelegen punten konden ze heel
goed de langstrekkende rendieren observeren. Er groeiden bomen en
struiken en de mens kon zich het hele jaar vestigen in deze streek
en dan bij voorkeur langs beken, meren en rivieroevers. De eerste
landbewerking begon. We laten dit alles bezinken en dalen door het bos af, komen langs
boerderij Einrade en lopen linea recta richting verkeersweg.

Aan de overkant sluiten we de laatste kilometer af met een idyllisch
wandelpad dat ons langs de Hermanbeek en het kasteel van Lemiers
(12e of 13e eeuw) leidt. We komen terug bij het beginpunt, ik bedank de groep voor de gezellige
tocht en we nemen afscheid van elkaar. Een aantal mensen gaat nog
mee naar de Catharinakapel waar beheerder Peter Bodelier ons kennis
laat maken met het verhaal en de bijzondere muurschilderingen van
kunstenaar Hans Truijen.

Voor
mensen die geïnteresseerd zijn in de complete route en
de interessante geschiedenis van deze streek, het boekje heet “Doorheen
het laatste dal” (ISBN 90 76046 19 0) en is verkrijgbaar bij
de VVV, ANWB of boekhandel. Connie
Tempelman, IVN Voerendaal.
|