Graag maak ik van de gelegenheid gebruik om in dit blad iets meer
bekendheid te geven aan ons toch al niet zo makkelijk hazenleven.
Vroeg in januari al begint het zoeken naar een goede vriendin, welke
met mij samen voor de gewenste nakomelingen wil gaan zorgen. Dit
zoeken naar een goede moerhaas is een zeer arbeidsintensieve bezigheid.
Nauwelijks heb ik in de wei een vriendin ontdekt welke mij aanstaat,
of ik word al meteen geconfronteerd met zo’n 3 á 5 rivalen
die blijkbaar met dezelfde bedoeling als ik zelf naar de wei zijn
gekomen.
Om deze vriendin toch in de wacht te slepen dien ik er soms uren
acheraan te hollen waarbij ik ook nog de kans loop om een mep, trap
of beet van een rivaal toebedeeld te krijgen. Ik herinner mij dat
in het heetst van de strijd hele pluizen van mijn toch wel fraaie
bontjas in het rond vlogen, en vindt u dat niet jammer?
Maar als alles goed gaat worden er in februari de eerste nakomelingen
geboren, meestal zo’n 3 tot 4 stuks. Deze kleintjes worden
geboren in een goed verscholen leger. Bij hun geboorte hebben zij
in tegenstelling tot konijnen hun warme bontjasjes al aan , wat zeker
geen overbodige luxe is als men zo vroeg in het jaar buiten wordt
geboren. Moeder haas komt alleen s’nachts naar het leger om
de kleintjes te zogen.
Gedurende de rest van het jaar zorgen wij
gemiddeld nog 2 keer voor een worp nakomelingen. In bijzonder strenge
winters laten wij hazen de zwangerschap in januari/ februari niet
doorgaan; vrouw haas laat de reeds bevruchte eicellen dan weer afbreken
en in haar lichaam opnemen. Zo te zeggen plegen wij dan automatisch
abortus.
In de
periode van 15 oktober tot en met 31 december dienen wij hazen
bijzonder voorzichtig te zijn; jullie mensen vinden het
nodig om in die periode nog mee te moeten helpen aan het drastisch
uitdunnen van mijn familie door middel van de zogenaamde jacht.
In sommige jaren is op deze manier meer dan de helft van mijn familie
voor een of ander loop doorgelopen en het haasje geworden, het
zou
goed zijn als men ons eens een rustperiode van een jaar of drie
zou gunnen!
Overdag lig ik meestal in een van mijn legers of potten. Afhankelijk
van de windrichting wissel ik wel eens van onderkomen. Het verlaten
en terugkeren naar mijn leger doe ik zeer omzichtig; als ik terugkom
loop ik meestal aan mijn pot voorbij en als alles veilig is duik
ik er met een enorme sprong in………veiligheid voor
alles! Tegen donker worden ga ik erop uit om wat eten te zoeken.
Op de akker, weiland of open bos, voel ik mij eigenlijk overal wel
thuis als het maar rustig is . Tegenwoordig bestaat mijn menu voornamelijk
uit grassen, wortels en bieten ; wanneer ik ze toevallig tegenkom
wil ik ook wel een enkele keer een nest jonge muizen verorberen.
Wel heb ik gemerkt, wanneer ik aan de bast van jonge boompjes knaag,
mij dit bijzonder kwalijk wordt genomen; vaak grijpt men dan naar
de beruchte spuit om mij met een welgemikt schot hagel naar de eeuwige
jachtvelden te sturen.
In vroeger jaren was het menu van ons hazen
veel lekkerder…………….door intensieve
landbouwmethoden en het door jullie fanatiek rondstrooien van landbouwvergiften
zijn er de laatste decennia al meer dan 30 kruiden verdwenen waarvan
ik graag mocht snoepen. Met heimwee denk ik aan de bijzonder malse
en sappige klavervelden waar in ik heel graag mijn buik mocht vullen;
maar jullie hebben geen landbouwpaarden meer, dus de klavervelden
zijn nagenoeg geheel verdwenen .
Wanneer ik mijn buik heb rond gegeten
keer ik tegen de morgen weer naar mijn leger terug, voordat de douw
mijn etenswaar nat maakt , want van vochtige kost hou ik nou eenmaal
niet.
Wanneer
ik mij veilig voel pleeg ik overdag ook wel eens een keertje in
het veld te zijn. Uit het oogpunt van veiligheid ga ik
dan vaker op de achterste lopers zitten om beter te kunnen rondkijken,
wij hazen noemen deze gewoonte “kegelen”. Het moet
mij toch van het hart dat wij de laatste jaren steeds meer last
krijgen
van loslopende honden in bos en veld, weliswaar zijn wij hazen
zeer bedreven in het slaan van haken, het maken van de meest
ingewikkelde
sprongen en bochten, maar met de voor ons zo broodnodige rust
is het toch grotendeels afgelopen. Zeer zeker meen ik vanaf deze
plaats
om iets meer begrip van de zijde van de eigenaren van deze honden
te moeten vragen. Zonder verwaand te zijn meen ik, dat ik met
mijn mooie pels, lange oren, en machtige lopers zeer zeker bijdraag
tot
de schoonheid van de natuur in jullie mooie Ulestraten. Als jullie
beloven iets meer rekening met mij en mijn familieleden te houden,
wil ik van mijn kant ook niet flauw zijn. Ik beloof bij deze tot
in lengte van jaren ieder jaar de paaseieren voor de allerjongsten
van Ulestraten en uiteraard voor de IVN-ers, op tijd in jullie achtertuin
te bezorgen.
Hopende op een prettige samenwerking,
Jullie toegenegen Lepus,
of zeg maar gewoon Broer Haas.